Partnerpensioen

Bij overlijden heeft de partner van de werknemer recht op partnerpensioen.

Partner
Onder partner wordt verstaan:

  • de echtgenoot of echtgenote;
  • de persoon met wie de werknemer een geregistreerd partnerschap heeft; of
  • de persoon met wie de werknemer een (notariële) samenlevingsovereenkomst heeft, waarin staat dat beide partners een gezamenlijke huishouding voeren en voor elkaar zorgen. De gezamenlijke huishouding moet tenminste zes maanden gevoerd zijn. Of in plaats van een (notariële) samenlevingsovereenkomst, een verklaring die door beide partners is ondertekend.

De partner mag geen bloed- of aanverwant in de eerste graad zijn. Het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de gezamenlijke huishouding moet bovendien vóór pensionering zijn aangegaan.

Samenwonen
Ook als de werknemer ongehuwd is en niet geregistreerd samenwoont, kan zijn of haar partner in aanmerking komen voor partnerpensioen. Meer hierover leest u bij Gaan samenwonen.

Hoogte bij overlijden vóór pensionering
Overlijdt een werknemer voordat hij met pensioen is gegaan? Dan heeft de partner recht op partnerpensioen. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer overleden is. Deze pensioenuitkering eindigt als de partner zelf overlijdt. Het partnerpensioen bestaat uit:

  • het te bereiken partnerpensioen op de pensioenleeftijd van 67 jaar (als de werknemer tot het moment van overlijden in de bedrijfstak werkt en niet is geboren in 1948 of 1949); óf
  • het opgebouwde partnerpensioen (als de werknemer op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt).

Opbouw
Een werknemer begint met het opbouwen van pensioen als hij in dienst is. Is een werknemer op dat moment jonger dan 20 jaar, dan bouwt hij pas pensioen op vanaf de eerste dag in de maand dat hij 20 jaar wordt. U als werkgever moet dit binnen één maand na aanvang melden.

Jaarlijks bouwt de werknemer 1,135% partnerpensioen op over zijn pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het jaarloon minus de franchise. Over de berekening van de pensioengrondslag leest u meer bij Ouderdomspensioen. De opbouw van het partnerpensioen stopt als de werknemer met pensioen gaat.

Partnerpensioen bij overlijden na pensionering
Bij overlijden na pensionering is er voor de partner een partnerpensioen. Namelijk het partnerpensioen dat tijdens de deelname aan de pensioenregeling is opgebouwd.

Bijzonder partnerpensioen
Bij het beëindigen van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, (notariële) samenlevingsovereenkomst of ongehuwde, niet geregistreerde samenleving, heeft de ex-partner recht op bijzonder partnerpensioen. Dit bijzonder partnerpensioen is het partnerpensioen dat de werknemer heeft opgebouwd tot het moment dat de verbintenis werd beëindigd. Over afmelden van een ongehuwde partner vindt u meer informatie bij Wat te doen bij einde relatie?

De ex-partner moet zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Alleen als het pensioenfonds in het bezit is van de gegevens van de ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.

Uitruilen pensioensoorten
Het is mogelijk om pensioensoorten voor elkaar uit te ruilen en zo een hoger of lager ouderdomspensioen of partnerpensioen te krijgen. Meer hierover leest u bij Ga je binnenkort met pensioen?