Pensioenakkoord 2020: de highlights op een rij

Utrecht, 1 juli 2020

Dit zijn de belangrijkste uitkomsten uit de hoofdlijnen van de uitwerking van het pensioenakkoord:

  • De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog.
    Tot 2022 wordt de AOW-leeftijd bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Daarna loopt deze op tot 67 jaar in 2024.
  • Afschaffing doorsneesystematiek.
  • Keuze uit twee pensioencontracten.
  • Op 1 januari 2022 nieuwe wetgeving gereed, uiterlijk 1 januari 2026 naar een nieuw pensioencontract.

Twee pensioencontracten

Er gaan twee nieuwe pensioencontracten gelden waaruit de sociale partners een keuze kunnen maken.

Pensioencontract 1

  • Ongeacht leeftijd dezelfde pensioenpremie in een persoonlijk potje.
  • Pensioenfonds belegt, één totaal belegd vermogen voor iedereen gezamenlijk.
  • In voor en tegenspoed.
  • De verdeling van het rendement op het belegd vermogen over alle leeftijden wordt vooraf vastgesteld: minder beleggingsrisico naarmate mensen ouder zijn.
  • Met een solidariteitsreserve, in slechte beleggingsjaren te gebruiken om hiervoor te compenseren.
  • Bij ingang van pensioen het persoonlijk potje gebruiken voor de jaarlijkse pensioenuitkering, rendementen worden uitgesmeerd over toekomstige jaren.
  • Geen noodzaak meer om buffers aan te houden.
  • Met een nabestaandenpensioen en dekking bij arbeidsongeschiktheid.
  • De al opgebouwde pensioenen worden in principe omgezet in een persoonlijk potje.

Pensioencontract 2 is gelijk aan pensioencontract 1, maar:

  • Pensioenfonds belegt voor iedereen afzonderlijk zijn eigen persoonlijke potje.
  • Eventueel individuele keuzes voor meer of minder risico.
  • Rendement op de in je persoonlijke potje aanwezige beleggingen.
  • Geen solidariteitsreserve.
2020-07-01T10:56:52+02:0001 juli 2020|